De asielprocedure in de praktijk
De vreemdeling die via zijn asielaanvraag de bescherming van de Belgische autoriteiten vraagt, zal verschillende etappes doorlopen vanaf het indienen van de asielaanvraag tot de eindbeslissing. Dit noemen we de asielprocedure.
De huidige procedure trad in werking op 1 juni 2007. Ze is efficiënt, versneld en vereenvoudigd.
Vier instanties kunnen tussenbeide komen in de loop van de asielprocedure:
- De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) registreert de asielaanvraag en voert enkele voorafgaande onderzoeken uit.
- Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) onderzoekt de inhoud van de aanvraag en beslist om de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus toe te kennen of te weigeren.
- Bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) kan de asielzoeker een beroep indienen tegen een negatieve beslissing van de DVZ of van het CGVS.
- Bij de Raad van State (RvS) kan de asielzoeker een cassatieberoep indienen tegen een beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Het CGVS is de centrale instantie van de asielprocedure. Sinds 1 juni 2007 is het CGVS ook de enige administratieve instantie die bevoegd is voor het onderzoek van de asielaanvraag.
In België omvat een asielaanvraag twee vormen van bescherming: bescherming als vluchteling en subsidiaire bescherming. De Belgische autoriteiten onderzoeken of de asielzoeker voldoet aan de voorwaarden van een van deze twee soorten bescherming. Bescherming als vluchteling heeft voorrang op subsidiaire bescherming. Met andere woorden: alleen in het geval dat de asielzoeker niet kan worden erkend als vluchteling, onderzoeken de bevoegde autoriteiten of hem de subsidiaire beschermingsstatus kan worden toegekend.
- Indien een van deze twee soorten bescherming wordt toegekend, krijgt de vreemdeling een machtiging tot verblijf in België.
- Indien bescherming wordt geweigerd, mag de vreemdeling niet in België blijven en moet hij naar zijn land van herkomst terugkeren.
