Colombia beschikt over een van de meest vooruitstrevende juridische kaders voor LGBTIQ+-personen (lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender, intersekse en queer +plus andere seksuele oriëntaties en genderidentiteiten) in Latijns-Amerika. De Grondwet en diverse wetten erkennen en beschermen de rechten van LGBTIQ+-personen, waaronder het recht op huwelijk, adoptie, geslachtswijziging en bescherming tegen discriminatie. Ook de regering van president Gustavo Petro heeft zich uitgesproken voor de bescherming van LGBTIQ+-rechten, met initiatieven zoals het ministerie van Gelijkheid en de benoeming van een viceminister voor Diversiteit. Het beleidsdocument CONPES 4147 (2025) vormt een belangrijke stap richting structurele bescherming van LGBTIQ+-rechten.
Toch blijft de implementatie van het wetgevende kader vaak moeilijk. Slechts een fractie van de misdrijven tegen LGBTIQ+-personen leidt tot vervolging. In 2024 bevond 86 % van de moordzaken zich nog in de vooronderzoeksfase en slechts 6 % leidde, volgens cijfers van Caribe Afirmativo, tot een effectief proces. De situatie van LGBTIQ+-personen in Colombia toont een complexe realiteit waarin juridische vooruitgang niet automatisch leidt tot maatschappelijke aanvaarding of daadwerkelijke bescherming. Ook geweld en discriminatie door de politie komen nog steeds voor en er is sprake van sterk wantrouwen ten aanzien van de ordediensten.
Het geweld tegen LGBTIQ+-personen blijft hoog. In 2024 werden 164 moorden geregistreerd, wat een lichte stijging is tegenover het jaar voordien. Transpersonen en homoseksuele mannen blijven de grootste groep van de slachtoffers uitmaken, met meer dan de helft van de dodelijke slachtoffers. De niet-gouvernementele organisatie (ngo) Caribe Afirmativo registreerde voor 2024 een lichte daling op het aantal moorden op transvrouwen, maar wel een stijging van het dodelijk geweld op transmannen. Eind november 2024 uit de Ombudsman zich bezorgd over de situatie van transgenders. De organisatie behandelde de eerste tien maanden van 2024 30 % meer zaken van geweld ten aanzien van transgenders ten opzichte van dezelfde periode in 2023. Begin 2025 kent vooral het departement Antioquia, met Medellín als belangrijkste stad, een zeer hoog geweldscijfer op transvrouwen. De brute moord op transvrouw Sara Millerey joeg een schokgolf door de gemeenschap.
Colombia kent een lange geschiedenis van gewapend conflict, waarin ook LGBTIQ+-personen doelwit waren van geweld door zowel guerrillagroepen als paramilitaire organisaties. De algemene veiligheidssituatie in het land bleef ook onder president Petro precair, vooral in de door conflict getroffen gebieden waar gewapende groeperingen actief zijn. Deze groeperingen hanteren conservatieve normen en vormen vaak een bedreiging voor seksuele en genderminderheden. LGBTIQ+-personen die in landelijke gebieden wonen waar gewapende groeperingen actief zijn worden geconfronteerd met specifieke risico’s op geweld, evenals met beperkte institutionele en organisatorische capaciteit om hun rechten te verdedigen. De gewapende groeperingen proberen door middel van territoriale en sociale controle hun eigen gedragsregels aan de lokale gemeenschappen op te leggen. Tussen mei 2020 en juli 2024 vaardigde de Ombudsman minstens 30 waarschuwingen uit voor LGBTIQ+-personen in landelijke gebieden.
LGBTIQ+-activisten lopen in deze landelijke gebieden een dubbel risico: vanwege hun seksuele identiteit én hun rol als mensenrechtenverdediger. Ook Afro-Colombiaanse en inheemse LGBTIQ+-personen lopen een dubbel risico als gevolg van hun seksuele en/of genderidentiteit. Naast het risico op geweld door gewapende groepen die in hun regio actief zijn, lopen ze ook het risico op geweld of verstoting door leden van hun eigen gemeenschappen. Velen onder hen proberen dan ook te migreren naar de grotere steden.
Hoewel de zichtbaarheid van LGBTIQ+-personen in media en politiek toeneemt, blijft de publieke opinie verdeeld. Discriminatie in onderwijs, werkgelegenheid en gezondheidszorg komen nog steeds voor. Transpersonen zijn bijzonder kwetsbaar, met hoge werkloosheidscijfers, een oververtegenwoordiging in informeel sekswerk en beperkte toegang tot genderbevestigende zorg.
Politique de traitement
La politique définie par le commissaire général se fonde sur une analyse approfondie d’informations récentes et détaillées sur la situation générale dans le pays. Ces informations ont été recueillies de manière professionnelle auprès de diverses sources objectives, dont l’Agence de l’Union européenne pour l’asile (AUEA), le Haut-Commissariat aux réfugiés des Nations unies (HCR), des organisations internationales de défense des droits de l’homme, des organisations non gouvernementales, ainsi que la littérature spécialisée et les médias. Pour définir sa politique, le commissaire général ne se fonde donc pas exclusivement sur les COI Focus publiés sur le site du CGRA, qui ne traitent que de certains aspects particuliers de la situation du pays. Le fait qu’un COI Focus date d’un certain temps déjà ne signifie donc pas que la politique menée par le commissaire général ne soit plus d’actualité.
Pour examiner une demande d’asile, le commissaire général tient non seulement compte de la situation objective dans le pays d’origine à la date de la décision mais également de la situation individuelle et des circonstances personnelles du demandeur. Chaque demande d’asile est examinée au cas par cas. Le demandeur d’asile doit montrer de manière suffisamment concrète qu’il éprouve une crainte fondée de persécution ou court un risque réel d’atteintes graves. Il ne peut donc se contenter de renvoyer à la situation générale dans son pays mais doit également présenter des faits concrets et crédibles le concernant personnellement.
Pour ce pays, il n’y a pas de note de politique de traitement disponible sur le site Internet du CGRA.
