Peru bevindt zich in het verkiezingsjaar 2026 op een kantelpunt. Een decennium van politieke instabiliteit, met opeenvolgende presidentswissels en corruptieschandalen, heeft de democratie onder druk gezet en de opkomst van de georganiseerde criminaliteit in de hand gewerkt. Sinds 2021 domineert een conservatief blok het Congres, met onder meer de partij Renovación Popular, die een uitgesproken antigenderagenda voert. De partij biedt een politiek platform aan de conservatieve beweging die zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld in het land. Op de sociale media worden complottheorieën en homofobe boodschappen verspreid, wat de steun voor lgbt-rechten heeft doen afnemen. In het publieke debat en tijdens de verkiezingscampagne van begin 2026 krijgen lgbt-thema’s nauwelijks aandacht.
Peru loopt in de regio achter op het gebied van rechten voor seksuele en genderminderheden. Wetsvoorstellen voor het homohuwelijk of wettelijke partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht zijn tot dusver gestrand in het Congres. Ook bestaat er geen genderidentiteitswet. Trans personen die hun naam of geslacht op identiteitsdocumenten willen aanpassen, moeten daarvoor een duur, omslachtig en langdurig gerechtelijk proces doorlopen. Rechters eisen daarbij vaak dat de betrokken personen genderbevestigende operaties hebben ondergaan. In 2024 veroorzaakt de regering-Boluarte controverse door trans identiteiten in een presidentieel decreet te classificeren als psychische aandoeningen. Het Hooggerechtshof verklaart het decreet in 2026 ongrondwettelijk. In het onderzochte tijdsbestek neemt het Congres wetten aan die lgbt-rechten inperken, zoals een verbod op genderneutrale taal in scholen en een wet die trans personen verbiedt toiletten te gebruiken die passen bij hun genderidentiteit. Hoewel Peru geen wet heeft tegen haatmisdrijven, heeft het wel een wettelijk kader tegen discriminatie op basis van seksuele oriëntatie en genderidentiteit. In de praktijk blijven geweld en discriminatie ingegeven door vooroordelen tegen de lgbt-gemeenschap vaak onbestraft. Eind 2025 worden drie politieagenten veroordeeld voor foltering van een homoseksuele man die nu als trans vrouw leeft. De uitspraak volgt op een historisch arrest van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. De politie is in het verleden vaak genoemd als dader van intimidatie en mishandeling van lgbt-personen.
In een samenleving met een diepgewortelde machocultuur, worden lgbt-personen geconfronteerd met uiteenlopende vormen van discriminatie en geweld. Conversiepraktijken vinden nog steeds plaats in medische en relgieuze contexten, ondanks een verbod. Er zijn weinig (recente) cijfers beschikbaar over geweld tegen seksuele en genderminderheden in Peru. Lgbt-personen die niet in Lima en Callao wonen, rapporteren in 2025 meer discriminatie en geweld. Vooral trans vrouwen zijn extra kwetbaar voor gewelddelicten. In 2023 waren trans vrouwen die sekswerk doen, het doelwit van afpersing en moorden door georganiseerde misdaadgroepen. In 2024 namen dergelijke moorden af. Discriminatie treft seksuele en genderminderheden op verschillende vlakken. Binnen families, op de werkvloer en op school ervaren zij uitsluiting en vijandigheid, wat leidt tot schooluitval, hoge werkloosheidscijfers (vooral bij trans personen) en mentale gezondheidsproblemen. Op vlak van gezondheidszorg ondervinden vooral trans personen grote barrières. De uitrol van een protocol voor hiv-behandeling, hormoontherapie en mentale gezondheidszorg voor trans vrouwen verloopt moeizaam en is ook weinig bekend onder deze doelgroep. Bovendien kampen ziekenhuizen regelmatig met tekorten aan hiv/aids-medicijnen die de staat gratis moet voorzien. Volgens de directeur van de toonaangevende ngo Promsex krijgen medicijnen die specifiek bestemd zijn voor de lgbt-gemeenschap geen prioriteit.
Ondanks de groei in omvang en betekenis van de Pride-marsen (met 40.000 deelnemers in Lima in 2025), proberen de lokale autoriteiten in Lima dit evenement steeds vaker te dwarsbomen. Lgbt-activisten worden gestigmatiseerd en fysiek aangevallen. Daarnaast bemoeilijkt een wetshervorming de internationale financiering van ngo's die slachtoffers van mensenrechtenschendingen bijstaan.
Politique de traitement
La politique définie par le commissaire général se fonde sur une analyse approfondie d’informations récentes et détaillées sur la situation générale dans le pays. Ces informations ont été recueillies de manière professionnelle auprès de diverses sources objectives, dont l’Agence de l’Union européenne pour l’asile (AUEA), le Haut-Commissariat aux réfugiés des Nations unies (HCR), des organisations internationales de défense des droits de l’homme, des organisations non gouvernementales, ainsi que la littérature spécialisée et les médias. Pour définir sa politique, le commissaire général ne se fonde donc pas exclusivement sur les COI Focus publiés sur le site du CGRA, qui ne traitent que de certains aspects particuliers de la situation du pays. Le fait qu’un COI Focus date d’un certain temps déjà ne signifie donc pas que la politique menée par le commissaire général ne soit plus d’actualité.
Pour examiner une demande d’asile, le commissaire général tient non seulement compte de la situation objective dans le pays d’origine à la date de la décision mais également de la situation individuelle et des circonstances personnelles du demandeur. Chaque demande d’asile est examinée au cas par cas. Le demandeur d’asile doit montrer de manière suffisamment concrète qu’il éprouve une crainte fondée de persécution ou court un risque réel d’atteintes graves. Il ne peut donc se contenter de renvoyer à la situation générale dans son pays mais doit également présenter des faits concrets et crédibles le concernant personnellement.
Pour ce pays, il n’y a pas de note de politique de traitement disponible sur le site Internet du CGRA.
