Veiligheidssituatie

Français

In Libanon bepaalt de Grondwet de verdeling van de macht volgens confessionele quota, met als gevolg een politiek sterk gepolariseerd systeem vatbaar voor conflict en buitenlandse inmenging. Libanon kent een zwakke staatsstructuur en een broos sektarisch evenwicht. Wapens zijn wijdverspreid en in combinatie met de aanwezigheid van gewapende milities houdt dit volgens de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) een veiligheidsrisico voor Libanese burgers in. Het land ondervond het voorbije decennium  de gevolgen van de Syrische burgeroorlog, die de politiek verder polariseerde, een massale vluchtelingencrisis teweeg bracht en sektarische spanningen deed stijgen. Op 8 oktober 2023 raakte Libanon betrokken in de oorlog tussen Israël en Hamas. Tijdens de verslagperiode was er sprake van luchtaanvallen en raketvuur over de Zuid-Libanese grens tussen het Israëlische leger enerzijds en Hezbollah en andere gewapende groeperingen anderzijds.

Tot 17 september 2024 richtten de Israëlische aanvallen zich in hoofdzaak tegen militaire doelwitten. Hier kwam verandering in toen Israël op 17 en 18 september 2024 duizenden pagers, gebruikt door Hezbollah-leden, gelijktijdig tot ontploffing bracht. Daarop lanceerde het een oorlog waarin het, naast een golf van luchtaanvallen verspreid over het hele land, ook een grondoperatie in het zuiden van Libanon uitvoerde. De luchtaanvallen strekten zich ook uit tot regio's die voorheen onaangetast waren door het conflict. Iets meer dan twee maanden nadat de wederzijdse aanvallen tussen Israël en Hezbollah escaleerden tot een oorlog, sloten beide partijen op 27 november 2024 een bestand. Bij aanvang van de wapenstilstand, hadden Israëlische lucht- en grondaanvallen bijna 4.000 mensen gedood, waaronder honderden burgers, en 16.520 anderen verwond. Meer dan een miljoen mensen raakten ontheemd. Het aantal (burger)doden in Libanon was tijdens de verslagperiode bijgevolg aanzienlijk hoger dan de voorgaande jaren. De zuidelijke gouvernementen al-Nabatieh en Zuid, en in het bijzonder de districten Bint Jbeil, Marjayoun, Hasbaiya (gouvernement al-Nabatieh) en het district Tyre (Sour in het Arabisch) (gouvernement Zuid) werden het meest getroffen door de Israëlische aanvallen. Deze districten strekken zich uit langs de zuidelijke grens van Libanon.

Een fragiele wapenstilstand tussen Israël en Hezbollah,  die Israël en Hezbollah op 27 november 2024 sloten, houdt bij dit schrijven al meer dan drie maanden stand hoewel de voorwaarden van het bestand niet vóór de afgesproken deadline zijn nageleefd. Na ingang van het bestand daalde het aantal Israëlische luchtaanvallen wel significant. Na haar beslissing op 26 januari 2025 om de terugtrekking van de troepen uit te stellen, beschoot het Israëlische leger Libanese burgers die probeerden terug te keren naar hun dorpen in Zuid-Libanon. Hierbij vielen op 26 en 27 januari 2025 minstens 26 doden. Sinds de inwerkingtreding van het staakt-het-vuren op 27 november 2024 zijn volgens het Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights (OHCHR) minstens 59 burgers gedood bij Israëlische aanvallen. In de maand februari 2025 daalde het geweld tegen burgers opnieuw. Na de uitgestelde deadline van het bestand op 18 februari 2025 viel nog één burgerslachtoffer. Wel voert Israël nog steeds luchtaanvallen uit over verschillende delen van Libanon en vernielt het infrastructuur en gebouwen. Daarnaast blijft het Israëlische leger, in weerwil van het bestand, aanwezig op vijf strategische punten in het zuiden. Deze militaire aanwezigheid verhindert de terugkeer van de Libanese bevolking.

Bronnen melden aanhoudende interne ontheemding. Volgens de cijfers van de International Organization for Migration (IOM) (maart 2025) zijn in totaal nog bijna 100.000 personen ontheemd, waarvan de helft afkomstig is uit het district Bint Jbeil (al-Nabatieh), en de overige voornamelijk uit Tyre (gouvernement Zuid), Marjayoun en Nabatieh (al-Nabatieh). De impact op het leven van burgers in de getroffen regio is bovendien groot. Slechts een beperkt aantal basisdiensten is toegankelijk. De infrastructuur en landbouwsector is grotendeels verwoest.

Het overige tijdens de verslagperiode gerapporteerd geweld betreft crimineel en/of sektarisch geweld, waarbij doden en gewonden vielen (voornamelijk bendeleden en militairen). De regio Baalbek - Hermel huisvest bij uitstek verschillende invloedrijke sjiitische gewapende clans die de facto milities vormen. In maart 2025 vielen doden bij gevechten tussen gewapende sjiitische groepen en het Syrische leger in de noordoostelijke grensstreek. Het aantal burgerdoden bij dit geweld is beperkt. Wel zijn jaarlijks tientallen burgers, in de eerste plaats kwetsbare Syrische vluchtelingen, het slachtoffer van ontvoeringen.

In de meeste Palestijnse kampen bleef de veiligheidssituatie relatief stabiel tijdens de verslagperiode, ook in Ayn al-Helwe, waar de spanningen evenwel hoog bleven.

Politique de traitement

La politique définie par le commissaire général se fonde sur une analyse approfondie d’informations récentes et détaillées sur la situation générale dans le pays. Ces informations ont été recueillies de manière professionnelle auprès de diverses sources objectives, dont l’Agence de l’Union européenne pour l’asile (AUEA), le Haut-Commissariat aux réfugiés des Nations unies (HCR), des organisations internationales de défense des droits de l’homme, des organisations non gouvernementales, ainsi que la littérature spécialisée et les médias. Pour définir sa politique, le commissaire général ne se fonde donc pas exclusivement sur les COI Focus publiés sur le site du CGRA, qui ne traitent que de certains aspects particuliers de la situation du pays. Le fait qu’un COI Focus date d’un certain temps déjà ne signifie donc pas que la politique menée par le commissaire général ne soit plus d’actualité.

Pour examiner une demande d’asile, le commissaire général tient non seulement compte de la situation objective dans le pays d’origine à la date de la décision mais également de la situation individuelle et des circonstances personnelles du demandeur. Chaque demande d’asile est examinée au cas par cas. Le demandeur d’asile doit montrer de manière suffisamment concrète qu’il éprouve une crainte fondée de persécution ou court un risque réel d’atteintes graves. Il ne peut donc se contenter de renvoyer à la situation générale dans son pays mais doit également présenter des faits concrets et crédibles le concernant personnellement.

Pour ce pays, il n’y a pas de note de politique de traitement disponible sur le site Internet du CGRA.

Land: 
Liban