Veiligheidssituatie in Amhara

Français

Het huidige conflict in de regionale staat Amhara tussen het federale leger en de ordetroepen enerzijds en Fanomilities van etnisch-nationalistische Amhara anderzijds komt voort uit verschillende grieven, waaronder een gebrek aan legitimiteit van de federale en regionale autoriteiten, het staakt-het-vuren van november 2022 dat een einde maakte aan de oorlog in Tigray en waarbij Amhara niet betrokken werd, en de beslissing in april 2023 om de regionale paramilitaire Amhara Special Forces (ASF) te ontbinden. Na maanden van spanning en sporadische gewapende incidenten breken vanaf begin augustus 2023 in grote delen van de regio hevige gevechten uit. De regionale regering roept de hulp in van de federale regering, die de noodtoestand uitroept in de regio.

Hoewel de noodtoestand sinds juni 2024 niet langer van kracht is, woedt het conflict onverminderd voort. Het geweld concentreert zich in de zones Noord- en Zuid-Wello, West- en Oost-Gojjam, Noord-Shewa, en Centraal- en Zuid-Gondar. Terwijl de autoriteiten en het leger de belangrijkste steden van Amhara controleren, behouden de Fanogroepen hun greep op de plattelandsgebieden.

Fanogroepen betwisten de federale controle in een groot deel van de regionale staat, waardoor de Ethiopian National Defence Forces (ENDF) zwaar onder druk komen te staan. Vanaf 2025 is er een grotere betrokkenheid van regionale anti-oproermilities en politie-eenheden. Ondertussen groeit de coördinatie tussen de verschillende Fanogroepen, waarvan een aantal zich verenigen in overkoepelende structuren. In hun verklaringen leggen zowel de autoriteiten als Fano de nadruk op militaire successen met veel slachtoffers bij de tegenpartij, wat de bezorgdheid over burgerslachtoffers doet toenemen. Beide partijen claimen momentum, legitimiteit en steun van de bevolking. De parallelle verslagen illustreren een conflict waarin de controle voortdurend verandert, verificatie moeilijk is en de waarheid vaak door een partijdige bril wordt bekeken.

Amhara kent een complex veiligheidslandschap. Statelijke gewapende groepen die in de regio actief zijn en betrokken zijn bij confrontaties betreffen onder meer het leger, de federale politie, de regionale politie, de lokale aan de staat gebonden Amharamilities en de Amhara Anti-Riot Force. De niet-statelijke gewapende groepen die in de regio opereren zijn voornamelijk gedecentraliseerde entiteiten die de overkoepelende term Fano gebruiken. Alle partijen in het conflict plegen mensenrechtenschendingen tegen burgers.

Voor de onderzoeksperiode van 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2026 noteert ACLED 1.485 incidenten in Amhara. Drie vierde van deze incidenten betreffen confrontaties tussen gewapende partijen, in bijna alle gevallen tussen Fanomilities en overheidstroepen, voornamelijk de ENDF. ACLED noteert 5.129 dodelijke slachtoffers voor deze periode, waarvan ten minste 575 burgerdoden.

Het geweld door statelijke groepen is in de eerste plaats gericht tegen Fanomilitanten, maar ook tegen (vermeende) sympathisanten en iedereen die steun verleent aan Fano. De geraadpleegde bronnen halen aan dat moorden, executies, arrestaties en detentie in de door conflict getroffen gebeiden soms louter op verdenking van steun aan Fano plaatsvinden. Drones, een integraal onderdeel van de strijd tegen Fano, vormen een instrument voor willekeurige en collectieve bestraffing. Fano viseren bij geweld doorgaans lokale gezaghebbers, personen verbonden met de regering, veiligheidstroepen en gelieerde milities. Fano zijn ook betrokken bij dodelijke aanvallen op burgers in de grensstreek met Oromia.

Het aanslepende conflict in Amhara heeft ernstige gevolgen voor de basisvoorzieningen, de civiele infrastructuur en dagelijkse activiteiten van burgers in de regio. Verzwakte staatsinstellingen werken de opkomst van wijdverbreide criminaliteit in de hand. Het conflict heeft een verwoestende impact op het regionale gezondheids- en onderwijssysteem. Wegblokkades isoleren Amhara van de rest van Ethiopië en hinderen de bewegingsvrijheid van burgers. Door de onveiligheid hebben hulporganisaties moeite om diensten te leveren.

Politique de traitement

La politique définie par le commissaire général se fonde sur une analyse approfondie d’informations récentes et détaillées sur la situation générale dans le pays. Ces informations ont été recueillies de manière professionnelle auprès de diverses sources objectives, dont l’Agence de l’Union européenne pour l’asile (AUEA), le Haut-Commissariat aux réfugiés des Nations unies (HCR), des organisations internationales de défense des droits de l’homme, des organisations non gouvernementales, ainsi que la littérature spécialisée et les médias. Pour définir sa politique, le commissaire général ne se fonde donc pas exclusivement sur les COI Focus publiés sur le site du CGRA, qui ne traitent que de certains aspects particuliers de la situation du pays. Le fait qu’un COI Focus date d’un certain temps déjà ne signifie donc pas que la politique menée par le commissaire général ne soit plus d’actualité.

Pour examiner une demande d’asile, le commissaire général tient non seulement compte de la situation objective dans le pays d’origine à la date de la décision mais également de la situation individuelle et des circonstances personnelles du demandeur. Chaque demande d’asile est examinée au cas par cas. Le demandeur d’asile doit montrer de manière suffisamment concrète qu’il éprouve une crainte fondée de persécution ou court un risque réel d’atteintes graves. Il ne peut donc se contenter de renvoyer à la situation générale dans son pays mais doit également présenter des faits concrets et crédibles le concernant personnellement.

Pour ce pays, il n’y a pas de note de politique de traitement disponible sur le site Internet du CGRA.

Land: 
Éthiopie