Veiligheidssituatie in Mogadishu

Français

Dit onderzoek maakt een stand van zaken op over de veiligheidssituatie in de Somalische hoofdstad Mogadishu. Het richt zich in het bijzonder op de periode van 1 september 2019 tot en met 29 februari 2020. Dit document is een update van de COI Focus van 22 oktober 2019. Cedoca heeft het onderzoek afgesloten op 29 februari 2020.

De veiligheidssituatie in Somalië blijft onstabiel. De terreurgroep AS wordt door verschillende bronnen, waaronder de VN-Veiligheidsraad, gezien als een ernstige bedreiging voor de vrede en de veiligheid in het land.

Mogadishu wordt tijdens de verslagperiode getroffen door regelmatige terreuraanslagen (meestal met geïmproviseerde explosieven, IED’s) en door doelgerichte aanslagen tegen personen verbonden aan de overheid en tegen veiligheidspersoneel (meestal met vuurwapens of granaten). De meeste gewelddaden in de hoofdstad worden toegeschreven en/of opgeëist door al-Shabaab. De door AS geclaimde aanslagen viseren zowel overheidsgebouwen, overheidsfunctionarissen en veiligheidstroepen als populaire hotels. Hierbij vallen soms burgerdoden. Tijdens de huidige verslagperiode breidt AS haar invloed uit in de hoofdstad: verschillende bronnen stellen dat AS nu ook belastingen int in de haven van Mogadishu, de belangrijkste inkomstenbron van de federale overheid.

Tussen september 2019 en februari 2020 registreert ACLED minder gewelddaden per maand dan tijdens de vorige verslagperiode van januari tot augustus 2019. In november 2019 en januari 2020 stijgt het aantal gewelddaden lichtjes.

Door de toegenomen militaire acties in 2019 tegen AS in de regio rond de hoofdstad en het opvoeren van de veiligheidsmaatregelen in de stad, daalt het aantal complexe aanslagen met autobommen in de hoofdstad. Het aantal aanslagen met IED’s neemt toe. Eind december 2019 maakt AS met een aanslag op een druk kruispunt naar schatting bijna 100 doden, waaronder burgers. Deze aanslag zet kwaad bloed bij de bevolking die dit toont in een betoging enkele dagen later. Voor de eerste keer verontschuldigt AS zich publiekelijk voor de burgerdoden en de geleden materiële schade. In de verslagperiode eist de terreurgroep ISS twee gewelddadige incidenten op.

Naast gewelddaden door terreurgroepen zijn er ook nog andere actoren verantwoordelijk voor het geweld, zoals de Somalische veiligheidsdiensten, AMISOM en onbekende gewapende groepen. ACLED registreert ook gewelddadige clanconflicten en criminele incidenten die soms burgerdoden eisen.

Officiële cijfers over incidenten en (burger)slachtoffers in Mogadishu zijn niet beschikbaar. Tijdens de verslagperiode registreert ACLED 60 incidenten als violence against civilians met 51 burgerdoden. Burgers worden soms doelbewust (bijvoorbeeld burgers werkzaam in de administratie en zakenlui) en soms als omstaander het slachtoffer van geïmproviseerde explosieven.

Verschillende bronnen waarschuwen dat de focus op het terreurgeweld in de hoofdstad andere vormen van geweld aan de aandacht onttrekt. Het is ook niet steeds duidelijk wie effectief verantwoordelijk is voor het geweld en wat het motief is.

Verschillende bronnen wijzen op het wanbeheer, de corruptie, de clanrivaliteit, de slechte coördinatie binnen de veiligheidsdiensten en het gebrek aan civiele controle. Bij ordehandhaving en veiligheidsacties doen zich misbruiken voor. Er heerst een klimaat van straffeloosheid. AS is diep geïnfiltreerd in de veiligheidsdiensten. Deze slagen er niet in de burgerbevolking afdoende te beschermen tegen het (terreur)geweld. Hierdoor staan burgers in voor hun eigen veiligheid en bescherming en beroepen ze zich op andere gewapende groepen om zich te beschermen, zoals clanmilities, privémilities en AS.

De clan waartoe een persoon behoort biedt geen bescherming tegen indirect geweld (“being at the wrong place at the wrong time”), tegen een aanval van een onbekende dader of tegen een aanslag van AS, aldus verschillende bronnen. Wel kan de clan als afschrikkingsmiddel dienen voor gewelddadige misdrijven.

Bepaalde hoofdstedelijke districten zijn veiliger dan andere. De geraadpleegde bronnen stellen dat de overheid in bepaalde districten in het noorden nauwelijks of niet aanwezig is, en bestempelen de districten Heliwaa, Yaaqshiid en Dayniile als onveilig. De meeste van de door ACLED geregistreerde gewelddaden vonden in de verslagperiode plaats in de districten Dayniile, Hodan, Yaaqshiid en Dharkenley.

Mogadishu kent de grootste concentratie van IDP’s in het hele land, volgens sommige bronnen tot 25 % van de inwoners. Ze leven verspreid over naar schatting 700 informele nederzettingen, samen met andere kwetsbare groepen: economische vluchtelingen en armen. Terugkeerders uit de diaspora, Kenia, Libië en Jemen, settelen zich ook meestal in de hoofdstad. Uit armoede en bij gebrek aan netwerk belanden sommigen onder hen ook in de IDP-nederzettingen. Tijdens de verslagperiode zijn 42.000 nieuwe IDP’s in de stad aangekomen.

Door het gebrek aan basisvoorzieningen en geschikte huisvesting lopen de IDP’s in de informele nederzettingen het risico op een tweede ontheemding. Somaliërs die terugkeren claimen de grond van hun familie. De gedwongen ontruimingen van duizenden ontheemden en het uitblijven van een structurele oplossing rond grondbezit verhogen de spanningen in de hoofdstad. Volgens verschillende bronnen zijn IDP’s, in het bijzonder vrouwen en kinderen, het kwetsbaarst voor seksueel geweld.

Meerdere bronnen signaleren positieve ontwikkelingen in de hoofdstad, zoals de heropleving van de economische activiteit en een lichte verbetering van sociale basisdiensten zoals gezondheidszorg en onderwijs. De snelle verstedelijking zorgt voor een boost in de bouwsector. De exponentiële groei van de stedelijke bevolking, de hoge jongerenwerkloosheid, de inkomensongelijkheid, het gebrek aan toegang tot basisvoorzieningen en de zwakke overheid, maakt Mogadishu tegelijkertijd ook kwetsbaar. Toegang tot gezondheidszorg en onderwijs blijft moeilijk, voornamelijk voor de ontheemden en de armere stedelingen. De heraanleg van het hoofdstedelijke wegennetwerk gaat voort, maar de lokale overheid sluit soms delen van de stad af voor verkeer bij terreurdreiging. Deze veiligheidsmaatregel beperkt de bewegingsvrijheid van de bewoners.

Politique de traitement

Depuis la chute du président Siad Barre en 1991, la Somalie est plongée dans le chaos. Plusieurs autorités de transition se sont succédé depuis l’an 2000. Dans les années 1990, le Somaliland et le Puntland ont acquis une indépendance de fait par rapport à l’Etat fédéral somalien. La situation sécuritaire au Somali est en grand partie déterminée par un conflit armé interne de longue durée en raison duquel un grand nombre de personnes ont été déplacées à l’intérieur du pays ou se sont réfugiées à l’étranger. Pour évaluer le besoin de protection internationale, le commissaire général tient compte du fait qu’il y a des différences fondamentales dans la situation à Mogadiscio, dans le centre et le sud de la Somalie, d’une part, et la situation au Puntland et au Somaliland, d’autre part.

Land: 
Somalie

Nouvelle adresse CGRA