Veiligheidssituatie Oekraïne uitgezonderd de Krim

Français

Het doel van dit onderzoek is een stand van zaken op te maken over de veiligheidssituatie in Oekraïne met uitzondering van het schiereiland de Krim. Het onderzoek richt zich in het bijzonder op de periode 30 november 2018 – 30 november 2019.

Cedoca wil hierbij opmerken dat de berichtgeving over de veiligheidssituatie in de conflictzone in het oosten van Oekraïne niet volledig is. Sommige delen van deze zone zijn immers niet vrij toegankelijk voor externe organisaties zodat er slechts beperkte informatie beschikbaar is over de veiligheidssituatie in die gebieden.

De opsomming van incidenten in deze COI Focus is niet exhaustief en ze probeert dit ook niet te zijn. De feiten die worden aangehaald zijn enkel opgenomen omdat ze relevant zijn voor de inschatting van de veiligheidssituatie.

Nadat volksprotesten in Kiev de Oekraïense president Yanukovich in februari 2014 dwongen om het land te verlaten nam de Russische Federatie de controle over de Oekraïense Krim over en ontstond er een separatistische beweging in voornamelijk het oosten van Oekraïne in de regio Donbas. Deze separatistische beweging greep al snel naar de wapens en met steun van de Russische Federatie kon het de controle verwerven over delen van de Oekraïense provincies Donetsk en Lugansk. Na een omstreden referendum werden in dit gebied de Donetsk Volksrepubliek (DVR) en de Lugansk Volksrepubliek (LVR) in het leven geroepen. In andere regio’s van Oekraïne deden zich in 2014-2015 ook verschillende gewelddadige incidenten voor, maar die bleven beperkt in intensiteit en omvang. Vanaf 2016 namen de gewelddadige incidenten in Oekraïne buiten de Donbas en de Krim zo goed als volledig af.

Oekraïne poogde tevergeefs met militaire middelen de controle over de DVR en de LVR te herwinnen. Sindsdien staan beide partijen tegenover elkaar langs de zogenaamde contactlijn en vinden er zowat dagelijks wederzijdse beschietingen plaats. Twee vredesakkoorden in 2014 en 2015 slaagden er tot heden niet in om de militaire en politieke patstelling te doorbreken.

In de Donbas strijden Oekraïense troepen tegen eenheden van separatisten die volgens tal van bronnen enkel kunnen standhouden dankzij militaire en logistieke steun van de Russische Federatie die ook eigen troepen inzet in de regio.

In de voor deze COI Focus behandelde periode vond volgens de bronnen zowat al het geweld in de Donbas plaats in de zone langs de contactlijn. Er vonden met wisselende intensiteit wederzijdse beschietingen plaats met zowel lichte als zware wapens. Hierbij vielen militaire en burgerslachtoffers. Volgens OHCHR is het aantal burgerslachtoffers in de behandelde periode relatief laag ten opzichte van de eerste jaren van het conflict. Gedurende het hele conflict zijn er al minstens 12.800 à 13.000 personen om het leven gekomen en raakten er minstens 27.500 à 30.000 gewond.

Verschillende bronnen maken melding van ernstige mensenrechtenschendingen die zich voordoen in de DVR en de LVR. Hierbij is sprake van arbitraire detenties en executies, foltering en ontvoeringen. De bevolking heeft geen mogelijkheid tot bescherming tegen deze wantoestanden.

In de door Oekraïne gecontroleerde gebieden in de Donbas zijn er eveneens meldingen van arbitraire detenties en foltering in het kader van het conflict. Dergelijke incidenten zouden echter niet wijdverspreid zijn en in aantal afgenomen zijn naarmate het conflict voortduurt.

Minstens 125.000 vluchtelingen verblijven nog buiten Oekraïne en zeker 1,3 miljoen IDP’s verblijven in Oekraïne zelf. De IDP’s ondervinden moeilijkheden met registraties en het verkrijgen van bijstand. Toegang tot sociale basisvoorzieningen blijft voor een deel van de IDP’s moeizaam verlopen.

De socio-economische omstandigheden in de DVR en de LVR zijn slecht te noemen. Er is weinig werk en een deel van de bevolking heeft het moeilijk om in zijn basisbehoeften te voorzien. In de zone langs de contactlijn zijn de levensomstandigheden hard, dit zowel aan de Oekraïense als aan de separatistische zijde.

 

Politique de traitement

La politique définie par le commissaire général se fonde sur une analyse approfondie d’informations récentes et détaillées sur la situation générale dans le pays. Ces informations ont été recueillies de manière professionnelle auprès de diverses sources objectives, dont le Bureau européen d’appui en matière d’asile, le Haut-Commissariat aux réfugiés des Nations unies, des organisations internationales de défense des droits de l’homme, des organisations non gouvernementales, ainsi que la littérature spécialisée et les médias. Pour définir sa politique, le commissaire général ne se fonde donc pas exclusivement sur les COI Focus publiés sur le site du CGRA, qui ne traitent que de certains aspects particuliers de la situation du pays. Le fait qu’un COI Focus date d’un certain temps déjà ne signifie donc pas que la politique menée par le commissaire général ne soit plus d’actualité.

Pour examiner une demande d’asile, le commissaire général tient non seulement compte de la situation objective dans le pays d’origine à la date de la décision mais également de la situation individuelle et des circonstances personnelles du demandeur. Chaque demande d’asile est examinée au cas par cas. Le demandeur d’asile doit montrer de manière suffisamment concrète qu’il éprouve une crainte fondée de persécution ou court un risque réel d’atteintes graves. Il ne peut donc se contenter de renvoyer à la situation générale dans son pays mais doit également présenter des faits concrets et crédibles le concernant personnellement.

Pour ce pays, il n’y a pas une note de politique de traitement disponible sur le site Internet du CGRA.

Land: 
Ukraine

Nouvelle adresse CGRA